Resultaat van verleende subsidies

Resultaten

Als gevolg van de door Macropa toegekende subsidies is een legio aan wetenschappelijke publicaties en proefschriften tot stand gekomen en zijn additionele subsidies en prijzen toegekend. Indirect of direct zijn deze gegevens van belang voor de behandeling van patienten.

Initiatie van innoverend onderzoek

Zoals door de ontvangers van de Macropa-gelden is verwoord en ook op basis van objectieve criteria (aantal publicaties en proefschriften) en verworven fondsen op basis van door Macropa gefinancierde verkennend onderzoek duidelijk wordt, kan gesteld worden dat de effectiviteit van de door Macropa ter beschikking gestelde financiële ondersteuning bijzonder groot is geweest. Het gaat hierbij dan ook om een aanzienlijk bedrag: ± fl 3.000.000, bijna gelijk aan een Spinoza prijs subsidie! De Macropa-gelden maakten het mogelijk in een groep constructief samenwerkende onderzoekers met een goede infrastructuur, jarenlange ervaring en een zeer goede staat van dienst, innoverend onderzoek te initiëren.

Hierbij zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen. Het totaal van de Macropa-subsidies is, zoals hierboven gesteld, aanzienlijk en de individuele projectsubsidies blijken vaak effectief. Deze gegevens roepen twee vragen op: wat was de basissubsidie van de onderzoeksgroepen in de jaren 1985-2001 en bestaan er andere fondsen die zoals Macropa innoverend onderzoek door een toplaboratorium willen financieren.

Een precies antwoord is op de eerste vraag niet te geven. De totale staf van de afdeling Immunohematologie en Bloedtransfusie (IHB) van het LUMC, die verreweg de meeste subsidies ontving, groeide van ± 150 in 1986 tot ± 250 in 2001. Meer dan de helft van de staf is bij een onderzoeksproject betrokken. Grosso modo kost de “gemiddelde” onderzoeker inclusief huisvesting, apparatuur, reagentia en overhead € 100.000/jaar. Met andere woorden, het basisbudget van de onderzoeksgroep groeide van € 7.5 mln in 1986 tot € 12.5 mln in 2001, en het totale budget in de periode van 1985-2001 was ca. € 150 mln. Indien de Macropa-gelden in Euro’s omgerekend worden ( € 1,35 mln) blijkt deze in totaal iets minder dan 1% van de totale afdelingsbudget in de periode 1985-2001 te bedragen. Men kan zich dan ook afvragen of dit bedrag van ± 1% niet uit de afdelingsbudget had kunnen worden vrijgemaakt. Bijna niets is onmogelijk maar een dergelijke operatie zou voor grote problemen hebben gezorgd. Er is namelijk nauwelijks of geen geld dat “geschoven” kan worden. Onderzoeksprojecten gefinancierd door de overheid of fondsen zoals NWO, de Nierstichting of het KWF, zijn zeer gedetailleerd met een strakke tijdsplanning en een budget dat vaak niet kostendekkend is. Een kleine tegenvaller zoals problemen met b.v. een nieuwe en/of moeilijke laboratoriumtechniek, ziekte van een medewerker, etc. kan de afronding van een project in gevaar brengen. Macropa was in zulke situaties vaak de reddende engel.

Nog belangrijker was dat, zoals ook door Drijfhout (reacties) wordt verwoord: “Macropa essentieel was voor het opstarten van onderzoek dat zich in een heel pril stadium bevond (bij wijze van spreken niet meer dan een goed idee)”. De “standaard” onderzoekfondsen zoals Medigon (NWO), Nier-, Hart Stichting, KWF etc. eisen zoveel vooronderzoek dat de uitkomst van het gevraagde project reeds bij voorbaat bijna vaststaat. Zeker een vermindering van risico, maar dodelijk voor innoverend onderzoek.